Niet veel tekst deze keer, gewoon wat recent werk:
Een kinderopvang in Eindhoven.
Nog wat meer medische apparatuur…
Een restaurant-scene nagebootst in de studio.
Nee, ik ben geen trouwfotograaf geworden! Dit is mijn zus 🙂
Niet veel tekst deze keer, gewoon wat recent werk:
Een kinderopvang in Eindhoven.
Nog wat meer medische apparatuur…
Een restaurant-scene nagebootst in de studio.
Nee, ik ben geen trouwfotograaf geworden! Dit is mijn zus 🙂
Het nadeel van het hele ‘van je hobby je werk maken’ verhaal is dat de ‘hobby’ steeds verder verdreven wordt door het ‘werk’. Hoewel ik het natuurlijk nog steeds fantastisch vind dat ik betaald krijg om foto’s te maken, heb ik tijdens drukke weken wel eens eventjes genoeg van die camera.
Daarom heb ik vorige week een dagje ingedeeld om gewoon plezier te hebben met fotografie. Ik wilde al lange tijd foto’s maken van één van mijn favorieten dingen in het leven: bier en whiskey. En dan voornamelijk de flessen en labels, want het vloeibare goud zelf ziet er allemaal wel een beetje hetzelfde uit…
Dat betekende dus dat ik een goede reden had om een fles van mijn favoriete whiskey (Bushmills Black Bush) aan te schaffen! Na een paar uurtjes geëxperimenteerd te hebben met een achtergrond van boomschors besloot ik dat dit te druk ging worden en af zou leiden van het mooie label. Een tweetal stukken haardhout als voorgrond en een egale achtergrond met spotlight bleek voldoende om de fles te versieren. Door de lichtbron aan te passen met grote vellen papier (knutselen!) ontstond er een aantrekkelijk verloop van licht naar donker op het label, in plaats van de gebruikelijke vierkante (of rechthoekige) reflectie van een softbox.
Daarnaast had ik bij de slijterij twee (voor mij nog) onbekende biertjes meegenomen. Om de mooiste labels te pakken te krijgen heb ik wel de schappen moeten doorzoeken, dus de vreemde blikken in de winkel begrijp ik wel.
Het leek me leuk om een sterk contrast te creëren tussen de twee biertjes.
Het donkere flesje (Zuster Agatha Quadrupel) is zodanig belicht dat de vorm van het glas niet eens zichtbaar is, behalve een highlight langs de hals. “Geïmpliceerde vorm” was het woord wat bij me opkwam, en hoewel het pretentieus klinkt vind ik het een goede omschrijving voor wat de belichting hier doet.
Het lichtere flesje (st. Feuillien Grand Cru) wilde ik daarentegen juist helderheid meegeven. Door een licht van achteren door het glas te schijnen krijg je veel meer volume en een ‘gouden glans’ wat goed bij het label paste. De donkere randjes aan de buitenkant van het flesje waren nodig om de fles vorm te geven, iets wat ik bij het donkere flesje expres niet gedaan heb.
In totaal toch een hele dag ‘werk’, maar omdat er geen eisen en deadlines aan zaten werkte dit juist ontspannend en inspirerend. Veel beter dan een dag ‘niets doen’ dus!
En wat ik mezelf ‘s avonds als beloning heb gegeven kan je wel raden…
Het is altijd leuk om gewoon creatief bezig te zijn en nieuwe dingen te proberen, maar het is nog veel leuker als het voor een klant is. Niet alleen geeft dat een soort doelgerichtheid mee, het is ook heel leuk om de klant te verassen met iets nieuws.
Buckler BV wilde graag een ‘groepsfoto’ van verschillende schoenen met een stenen achtergrond, en niet overdag maar ‘s nachts, in het donker.
Nu hoefde ik niet persé te wachten op zonsondergang om een donker uitziende foto te maken, dat kan nagebootst worden met snelle sluitertijden en sterke flitsers.
Maar dat leek me een wat saaie aanpak, en hoewel het een mooie foto op zou kunnen leveren wilde ik net wat meer doen met de afwezigheid van daglicht.
Daarom wachtte ik op de komst van de duisternis en ging ik op pad met 1 kleine flitser en een LED zaklamp.
De locatie was van te voren al bepaald: de gemetselde muur van een wat ouder gebouw.
Door de flitser op een super scherpe hoek (bijna parallel) te richten van de muur komt de karakteristieke textuur naar voren. Om wat visuele interesse toe te voegen plakte ik een CTO gel (oranje folie) voor de flitser om de muur er flink wat warmer uit te laten zien.
Het koelere LED licht waar ik de zwarte leren schoenen mee ging belichten zou mooi afsteken tegen deze warmere achtergrond.
Aangezien het pikkedonker was buiten kon ik de sluitertijd gerust op 3 seconden zetten zonder dat de scene ongewenst verlicht werd.
Dat gaf mij de vrijheid om met de zaklamp verschillende hoeken te belichten in 1 opname. Omdat de flitser alleen tijdens een fractie van een seconde op het einde van de opname flitst heeft de sluitertijd geen invloed op de belichting van de muur.
…Officiëel mijn lelijkste foto ooit 🙂
Na een paar experimentele opnames wist ik precies hoe lang ik de zaklamp op de schoenen moest schijnen, en kwam ik op deze foto uit:
Erg leuk om op deze manier productfoto’s te maken, want die afwisseling is toch wel belangrijk.
In November heb ik mijn oude Sigma 105mm F2.8 Macro lens ‘ingeruild’ voor een macro lens van Nikon zelf. De AF-S 105mm f2.8G met Vibration Reduction (VR) leek de beste kandidaat vanwege de optische kwaliteit, vergrotingsfactor en natuurlijk de VR. Hoewel de Sigma een leuke macro lens was die een dubbelleven leidde als portretlens kon ik die niet gebruiken voor professionele close-up productfotografie. De beeldkwaliteit was gewoon niet goed genoeg.
Is de Nikkor dat wel?
Hoewel ik nog geen productfoto’s heb gemaakt met deze lens heb ik er de afgelopen weken wel wat mee gespeeld, en ik ben zonder meer onder de indruk van de beeldkwaliteit die deze macro-lens levert.
De ‘bokeh’ van deze lens is heel aangenaam, ook op grotere afstanden. Heel geschikt voor portretten dus.
De korte scherpstel-afstand van de lens maakt deze super scherpe en detailleerde macro-shots mogelijk. Hier zit ik echt 10 cm van het blaadje vandaan.
De 100% crop is ook echt heel erg scherp.
Ook de autofocus werkt goed en ongeveer duizend keer sneller dan de Sigma. De VR werkt naar behoren, hoewel het geluid van deze functie minder aangenaam is. De nieuwere VR II is bijna stil, terwijl deze lens de oudere (en luidere) VR I gebruikt.
Met dit weer zal ik binnenkort maar eens wat ijskristallen van heeeeel dichtbij gaan fotograferen 🙂
Toen de D800 aangekondigd was waren er velen die hun ogen niet konden geloven. 36 Megapixels op een DSLR? Dat kan toch nooit wat zijn! Veel te veel pixels op een relatief kleine sensor!
Ik was zelf ook sceptisch, want hoewel ik de 36MP wel zag zitten wilde ik geen hoge ISO performance verliezen die ik gewend was met mijn D700.
Ik heb de D800 ondertussen een half jaartje, en het leek me wel leuk om wat voorbeeldjes te posten van hoe deze camera nu eigenlijk echt presteert onder ‘real-life’ omstandigheden, in plaats van nietszeggende zwart-wit geblokte kaartjes waar algoritmes overheen worden gegooid zoals bij DXOmark.
Alle foto’s zijn jpegs uit RAW bestanden via Lightroom 4, zonder noise reduction. Wel wat curves aanpassingen en witbalans correctie.
ISO 400 opname, geen enkel punt voor de camera.
Ook 100% ingezoomd niets op aan te merken.
Bij ISO 1250 is nog geen ruis te bekennen op de verkleinde foto.
Alleen bij een 100% uitvergroting beginnen imperfecties zichtbaar te worden.
Dit is genomen met ISO 6400, verkleind naar web-formaat… ik zie heel eerlijk gezegd geen ruis. Het dynamisch bereik van de sensor is wel duidelijk stukken kleiner bij 6400.
Crop alleen niet te veel weg bij ISO 6400, want deze 100% crop ziet er minder netjes uit. Maar nog steeds uitstekend voor zo’n hoge lichtgevoeligheid.
Deze ISO 6400 opname heeft last van wat ‘banding’ rechtonder in beeld. Gemakkelijk weg te poetsen in Photoshop, maar wel een duidelijk resultaat van de hoge lichtgevoeligheid.
De 100% crop laat wederom veel ruis zien op ISO 6400, maar ook opmerkelijk veel detail. Mede omdat er veel detail bewaard blijft op pixel-niveau ziet de verkleinde foto er nog super uit.
Het moge duidelijk zijn dat de D800 zich ongelofelijk goed staande houdt bij hoge ISO’s en ik lever met een gerust hart foto’s met ISO’s tot 6400 aan klanten.
(Hoger dan 6400 wil ik niet gaan tijdens evenementen, maar mocht ik ooit een nieuwswaardige foto kunnen maken zal ik niet aarzelen om ook de 12800 en 25600 settings te gebruiken als het me aan een scherpe foto helpt.)
Als de foto 100% uitvergroot is zie je een stuk meer ruis dan bij andere camera’s zoals de D4 en Canon’s 1DX, maar die hebben dan ook een lagere resolutie en in de praktijk verklein je de meeste foto’s minimaal met 50%.
Bij web-resoluties van 800 tot 1800 pixels is de ruis zelfs praktisch onzichtbaar, zelfs bij ISO 6400. Het blijft wel belangrijk dat de foto vrij licht moet zijn want in de schaduwen zie je wel sneller ruis en soms zelfs ‘banding’.
Hoewel ik meestal in de studio ben waar ik nooit meer dan ISO 400 gebruik is het fijn om te weten dan de D800 ook reportages aan kan. Het grootste nadeel is dat de 36MP RAW bestanden erg groot zijn in vergelijking met die van bijvoorbeeld de D4, wat de workflow niet bevorderd als je 1000+ foto’s op een avond maakt.
De maximale snelheid van 4 frames per seconde is heel eerlijk gezegd ook wel voldoende voor de meeste reportages (sportreportages daargelaten)…
Dat betekend niet dat de D4 inwisselbaar is voor de D800, maar voor mijn doeleinden (80% studio/statief-werk, 20% reportages) is het een veelzijdige en volwaardige opvolger van de D700!